Go to the homepage
Asset

Search form

Advanced search
1

Search magazines

Aanmelden

  • Request new password
  • Forgot password?
  • Overview
  • Embed
  • Downloaden

Selection

  • View selection
    • Select this page
    • Select all
    • Reverse selection
    • Undo selection
  • View
  • Downloaden
  • Embed

Info Menu

  • Disclaimer
  • Open Data
  Bibliothèque chev. Gust. van Havre d'Anvers: première partie: incunables des Pays-Bas, gravures sur bois, livres illustrés, costumes, sport, beaux-arts, calligraphie, ex-libris, généalogie, livres populaires, gazettes, almanachs, littérature, histoire, botanique, Anvers, grandes séries EHC_B22356_ex1_1_2015_0003.tif
12 25 50 100
174 assets
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0001.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0002.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0003.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0004.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0005.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0006.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0007.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0008.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0009.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0010.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0011.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0012.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)
  • EHC_B22356_ex1_1_2015_0013.tif

    • Publisher : Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen)

Copy and paste this minimal source listing into your document.

B 22356:1ste ex, Collectie Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience

Linked Open Data
RDF/XML • JSON • Turtle

Subject
Media
Rights
Description
Relations
Full text
Properties
Title EHC_B22356_ex1_1_2015_0003.tif
Category uit de bibliotheekcollecties van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience
Asset identification [ID] https://dams1.antwerpen.be/asset/N2jbTsVIrdsNAZcLWdM9WMdH#id
Belongs to
  Bibliothèque chev. Gust. van Havre d'Anvers: première partie: incunables des Pays-Bas, gravures sur bois, livres illustrés, costumes, sport, beaux-arts, calligraphie, ex-libris, généalogie, livres populaires, gazettes, almanachs, littérature, histoire, botanique, Anvers, grandes séries
Full text No. 1485 voeding de vwetgever aan den vader de be- slissende stem geeft. Wanneer een minderjarig kind wilhuwen is echter thansde toestemming van vader en moeder beiden veréischt. Vroeger moest die ook wel aan beiden worden gevraagd, maar de toestemming van den vader alleen was voldoende om het huwelijk te kunnen sluiten, Thans zal ook indien enkel de moeder hare toestemming vweigert, het huweliÿk moeten worden uitgesteld tot de meerder- jarigheid van het kind. Zoo goed als de man van rechtswege voogd is over zijne kinderen, zal de vrouw thans voogdes zijn over hare kinderen, zonder dat de vader daartoe bi testament iemand anders kan aanwijzen of haar eenen medevoogd terzide stellen. Een practisch gevolg van het begrip, dat de ouder- like macht wordt uitgeoefend door beide ouders gezamenlijk is ook dit, dat ingeval van echtscheïiding, van overlijden van een der beide ouders\of bij onechte kinderen enkel sprake kan zijn van voogdij en voogdij kent onze wetgeving uitsluitend onder toe- zicht van eenen toezienden voogd, van eenen, dwarskijker, waaraan voortaan. zoowel de vader-weduwnaar als de moeder-weduwe ver- an _ zetting'uit de voogdij kan wordén aangevraagd Gelijkstelling is ook verkregen hierin dat de moeder-weduwe in het geval van een tweede ‘ huweliÿjk het vruchtgenot van het vermogen harer minderjarige kinderen verloor, terwijl de vader-weduwnaar het bij tweede huwelijk behield. Thans zal ook de moeder-weduwe, die hertrouwt, dit vruchtgenot behouden. Het zwaartepunt van ditalles ligtvolgens mr. Canes daarin, dat vroeger de vaderlijke macht was een onaantastbaar recht, waarvan men alleen vervallen kon worden verklaard in zeer ernstige gevallen in het Wetboek voor Strafrecht genoemd, Die vervallenverklaring was steeds eene strafrechterlijke bepaling uitgesproken derhalve voor eenen bepaalden tijd. Was die tijd verstreken dan keerde het kind weder onder de vaderlijke macht en al de schadelijké invloeden van dien terug. Daarom heeft men thans, uitgaande van de meening, dat het hier geldt een veiligheidsmaatregel in het belang van het kind, de ontzetting uit de ouderlijke macht van het Wetboek van Strafrecht overgebracht naar het Burgerlik Wetboek. Die ontzetting kan nu worden uit- gesproken voor onbepaalden tijd en ook pre- ventief, bijv. wanneer slecht levensgedrag van een der beide ouders gevaarlijk dreigt te worden voor de moraliteit van het kind. Wordt een der ouders ontzet, dan treedt de andere ouder op als voogd; maar deze kan ontheffing daarvan aanvragen, indien hij of zij meent, dat het belang van het kind eischt, dat het niet in de ouderlijke woning zai blijven vertoeven, of indien hi of zij zich anderszins onmachtig voelt tot de opgelegde taak. Maar terwijl ontzetting uit de ouderlijke macht blijft een straf, is de ontheffing daarvan bedoeld als tegemoetkoming in geval van onvermogen. Zi wordt dan ook enkel op aanvrage verleend. Dese bepalingen omtrent ouderlijke macht en voogdij worden in hoofdzaak geregeld in de eerste der drie zoogenaamde Kinderwetten, / de vet van 9 Januari 1901 tot wijziging en aanvulling der bepalingen in het Burgerlijk Wetboek betreffende de ouderlijke machten de voogdi. De beide andete wetten, die van 12 Februari 1901 houcende wijzigingen en aanvullingen aangaande de strafrechtspleging van jeugdige personen, en die andere, mede van 12 Februari 1901, houdende maatregelen en voorschriften betreffende jeugdige perso- nen, ook wel Beginselenwet genaamd, konden door den spreker om het ver gevorderde uur, jammer genoeg, niet meer worden toe- gelicht. In het op deze belangwekkende rede vol- gende débat ontkende mevrouw Drucker, dat de positie der vrouw door de nieuwe wetten is verbeterd. Onaangetast bleef de maritale macht en bij de instelling der ouderlijke macht heeft de moeder geene gelikstelling met den vader verkregen daar den laatsten door den wetgever de beslissende stem wordt gewaarborgd in zake beroepskeuze voor het kind of de bepaling van zijn domicilie. Niet de superioriteit verlangt zij voor de vrouw, maar wel éenig middel van verweer en dat woordde hierop, dat hij ook van geene alge- heele gelikstelling voor de wet gesproken had; maar dat hij enkel had willen wijzen op eenige lichtpunten en op gaken, die door de vrouw reeds nu als winst kunnen worden geboekt,. Ook hem hebben de kinderwetten nog niet ten volle voldaan en aan de door mevrouw Drucker aangewezen leemten hoopt ook hi, dat mettertijd zal kunnen worden tegemoet- gekomen. Joanna W. À. NaBer. Uit ’t leven van merkwaardige vrouwen, door dr. ALETTA JACOBS. De ,Hoop op Zegen” is ’t geweest, die mevr. dr. Jacobs, meerdere verspreiding heeft doen geven aan de door haar vroeger reeds in ’t Maandblad voor Vrouwenkiesrecht gepu- bliceerde korte biografieën van vrouwen, wier leven grootendeels gewijd is geweest, of nog is, aan den strijd om gélijke rechten en gelijk- soortige plichten voor vrouw en voor man. »Op hoop van zegen”.... want haar doel is, door ’t in wijder kring publiceeren van dit werkje, aan te toonen — méér nog den vijand, dan den vrind — wat vrouwen ver- mogen, 66k op ’t, eerst sinds 700 kort door haar betreden, terrein van socialen arbeid, Het zijn de tegenstanders, de ,lakse” 66k, wien zij de oogen wil openen, opdat zij er- kennen en.... gaan bestrijden de onrecht- vaardigheid, waaronder de vrouw sinds ontel- bare eeuwen gebukt gaat, die ten verderve voert niet alleen haar eigen geslacht, maar ook dat van de machthebbenden. — In ’t mij ter bespreking toegezonden boekske — door de bekende firma F, van Rossen, Amsterdam, keurig uitgegeven — behandelt mevr. J. niet dan Amerikaansche, en één Engelsche kamp- vechtster voor het goed-recht van de vrouw. Het zijn alle kranige vrouwen, die met groote geestkracht, machtige zelfopoffering en heer- like liefde bestrijden het (valsche) recht van den man om, ten opzichte der beide geslachten steeds te meten met twee maten: de ruime, z00-véél-bergende voor het spier-sterker, de kleine, niets-echier-doorlatende, voor het spier-zwakker deel der menschheïd. Een groote aantrekkelijkheid biedt dit werkje door twee eigenschappen: 1. Door de bijvoeging van wél-ver- zorgde reproducties van goede portretten der besproken personen. 2. Door de beknopte wijze, waarop de biografie van elk dier vrouwen is geschreven. Het zijn de volgende personen, wier namen menigeen zeker niet geheel vreemd zullen klinken, die Mevrouw Jacobs behandeld heeft: I. Ælisabeth Cady Sianton, nu twee jaar geleden op zeven en tachtig-jarigen leeftijd ge- storven, wier laatste handeling, geen twee uren vo6r haar verscheiden, is geweest: dicteeren van een vrzoekbrief aan mevr. Roose- weldt, opdat deze haar invloed mocht trachten uit te oefenen op haar echtgenoot, ter ver- krijging van stemrecht voor de vrouw. II. Miss Frances Power Cobbe, de nu drie en tachtig-jarige wakkere en hoogst- intelligente strijdster, grooté redenaarster ten bate van + zelfde doel. III. De reeds volgens portret z00 bijzonder sympathieke predikante Anna Howard Shaw, die uit eigen ervaring weet te verkonden, wat zij-te-verdurem heeft gehad, als gepromo- veerd godgeleerdé, van de zijde harer man- like christen collega’s. IV. Mevrouw Carrie Chapmann Cat, pre- sidente van den in 1904 te Berlin, tidens * Internationaal Vrouwen Congres opgerichte Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht. Helen Loring Grenfell, is de laatste der Amerikaanschen, wier beeldtenis en levensschets in genoemd boekje verschijnt. Ook wat deze vrouw in Colorado tot stand heeft gebracht, hoe gezegend haar werkzaam- heid daar steeds nog is, tis waarlijk waard geweten te worden. VI. Lady Henry Somerset, de zoo hoogst- sympathieke door medelijden- en eigen-leed- wetende, Engelsche, van oud-adelÿÿk geslacht, sluit den reeks der vrouwen, die, zooals dr. Jacobs hoopt, navolgers [mogen vinden in ’t nû jongere geslacht, navolgers onder vrouwen, maar 66k medestrijders onder de mannen. DE AMSTERDAMMER WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. A. J. in haar voorwoord. Van harte hoop ik, dat inderdaad door de lezing van dit in brochure-vorm verschenen werkje, krachtige volgers mogen verkregen worden. den Haag, Nov. ’05. VROUWKE. Friesche sohetsen, door N. vAN HroHTum. Wie ooren heeft om te hooren en oogen heeft om te zien. geniet van de nieuwe kin- derlectuur. Wat een verschil met 20 jaar geleden ! Toen werden de kinderen verschrikt met avontuurlijke moord- en roofgeschiede- nissen, vol tijgers, leeuwen, schipbreuken en zeeroovers, df verveeld met brave Hendrik- ken. — En tot afwisseling diende een schreeu- werig paljassen prenteboek of een verbluffend tooneel uit de Omgekeerde Wereld, waar een vos in rooie jas en witte broek de boerin betrapte, die kippen stal, waar de oojevaar met een omslagdoek gewapend stond te hen- gelen en waar een hond in dandy-costuum uit wandelen ging met een lange pluimstaart, die door de rokspanden kwam kijken als verradend kenmerk van zijn ras. ° En nu... ook hier eindelÿk verfjning en waarheid. Het schoonheïdsgevoel wordt geen geweld aangedaan ; de kinderen worden niet overschreeuwd met verbluffende bontheïd, maar ze worden ingeleid in den feesttuin van het gchoone, waar de bloemen hare kelkjes kunnen ontplooien bij malschen regen en koesterenden zonneschijn. Lees b.v. eens No. 3 uit den bundel ,;,0p Zondagmiddag” - het beste en fijnste ver- haaltje uit het boek; is dat niet een genot voor een harmonies-ontwikkeld kind, de beschrijving van dat armoedige hutje met zijn overvloed van bloemén en zijn vlier- boomen ,die bij elke windvlaag een regen van aardige, witte sterretjes strooïen over de hoofden yan de menschen, die er onder staan.” Het is van het begin tot het einde in den juisten toon, — de eenige fout in min Friesche oogen is, dat vrouw Jansma met een witte, gehaakte muts naar de kerk gaat. Zou dat wel ergens in Friesland gebeuren ? Ik heb het nooit gezien; de allerarmsten dragen dan ,los haar”, (een contradictie met de werkelijkheid want het is een siiÿjf knoe- deltje) en daarop een hoed. Maar vrouw Jansma bezit drie strengen gitten met een gouden slot; daar hoort, wat de voornaamheid betreft, stellig een oorizer bij, al is het dan ook maar een smal zilveren — gevolgd door floddermuts en kapotje. Het is maar een klein vlekje op het overigens zoo mooïe schilderïjtjie van even weinig beteekenis als de al te voorlijke kievitten in No. 1 (eieren zoeken). Een geheel broed — en ,vuil” 00k, anders vliegen de ouden hun belagers niet tot rakelings aan het gezicht — en dat in Maart bÿj guur weer en zelfs vorst — dit had stellig April moeten wezen. Het verhaal is echter zoo aardig, vodral dat gedeelte van het kleine broertje met de denkbeeldige leeuw, dat die eene tijdfout gaarne wordt vergeten. Zou No. 2, ,De nièéuwe broek” wel door Hollandsche jongens #enoten worden? Het is zoo echt Friesch-leuk in het oorspronke- lijke — voor mi heeft het dat humoristische totaal verloren bij déYertaling, maar ik geef gaatne toe, dat men déve déceptie bijna altijd heeft bij een vertaalb boek, waarmee 1hen eerst in het oorspronkelijke kennis maakte. De ,oude Herinneringen” lijken, mi het minst geslaagd — het,zijn oude, haast overal in Friesland bekende Yerhalen, waarvan wel jets goeds zou zijn te maken, maar het span- nende ontbreekt ten eenenmale. Wat zou het de kinderen geïnteres$eerd hebben precies te hooren hoe ,us Heit” ontsnapté en hoe hÿ in angst zat, toen hiÿj wegkroop in de rogge — maar niets van dat alles; een droog relaas en anders niett — Het beste is nog: Min eerste paar laarzen”. Menige jongen, die met een onverschillig gezicht langs de rommel is geloopen van de oud kleerekoop, zal nü eens met belangstel- ling kijken — het zal een nieuwe gewaar- wording voor hem zijn, dat dergelijke ,,vod- den” nog hartstochtelijk kunnen worden begeerd. : De prentjes zijn niet allen evengoed gelukt — het mooist zijn de platen, waarin veel Makkum en de dragonders op weg naar Frankrijk met ,us Heit” aan de staart van hét paard gebonden;, maar de vrouw van Freerk-oom is noodeloos leelijk en de kleine eierzoeker heeft ook een allerzonderlingst model. — Maar de oude jodin bij de Leeuw- arder Waag en het Binnénhuisje van Ate Gerrits zijn juweeltjes — en versieren wezen- lijk het boek. A. P.-$. Lord en lady Lytion. — Modes: Dames- hoeden in schouwburg-zalen. — Theater Réjane. Hoe in Engeland en Schotland de afstam- -melingen van de grootste geslachten het een eer-rekenen nationale kunst en letteren hun machtigen steun te verleenen, is bekend. Dezer dagen — den 7n November j.. — heeft onder presidium van lord Lytton de Sir Walter Scottelub te Edinburgh, hare jaar- liÿksche bijeenkomst gehouden. Zoon van den, in de Engelsche letteren beroemden Owen Meredith, kleinzoon van Bulwer Lytton, is in dezen telg van een hoog geslacht meer een staat- dan een letterkundige neiging aanwezig. È : Reeds wordt hij gedoodverfd als aanstaand gouverneur in een der koloniale bezittingen, waarby lady Lytton niet weinig hem ter zijde zou Staan en waarin haar gedistingueerd- artistieke smaak ten bate harer positie zou komen. Dat de nauweliÿjks 24jarig lady Lytton niet onopgemerkt bleef in de hoogste kringen, blikt uit het gezegde van den eersten minister Balfour, die haar ,de schitterendste ster aan Londen’s maatschappeliÿk firmament” noemde, Daar Balfour diplomaat is, kan het com= pliment ook op de schitterende juweelen, die lady Lytton draagt, en tevens op haar lief persoontje slaan. In elk geval is het handig gezegd. + T4 Over een allergewichtigste zaak is het oordeel gevraagd van eenige geestige en be- kende Parijsche chroniqueuses. Het véél- besproken feit betreft: het hoeden-dragen door dames in schouwburgen. De afmeting en garneering van sommige dames-hoeden zijn van dien aard, dat zij aan schouwburgbezoekers een onbelèmmerden kijk op het tooneel benemen. Afdoende maatregelen en bevredigende oplossingen zijn meestal niet makkelijk te nemen en te vinden, maar, de bezwaren worden vrijwel onoverkomelijk wanneer be- stredén moet worden: vrouwelijke ijdelheid en vrouwelÿk verzet. Vrouwen begrijpen juist dat, wat zij willen begrijpen, en wat zi overeenkomstig achten met haar persoonlijke neigingen. Marie-Anne l’ Heureux, chroniqueuse van Femina, heeft een zwakje voor het zeer kleine hoedje: ,le béguin”. : Zi zegt: dât is het theater-hoedje, het staat allerliefst, is bij uitstek geschikt om bij avond-toilet te worden gedragen, daarbïj is het een menschlievend hoedje, omdat het geen ergernis verwekt. Waarlijk, dat coquette, snoezige hoedje staat elke vrouw allerliefst, als zij maar een beetje drageliÿk uiterlik heeft, vindt ieder man haar, met dit hoedje in den schouwburg, betooverend, omdat ziÿ hem met die bescheiden hoofdbedekking niet het uitzicht verspert. Meyrouw Camille Duguet, van de ,,Nou- velle Mode” beweert : Wel zeker, het groote struikelblok : dames- hoeden in theaters, heeft men op allerlei wiÿze uit den weg willen ruimen. Het is een onbegonnen werk. Wanneer een vrouw vindt dat een groote hoed haar flatteert, dan draagt zij groote hoeden. Altijd en overal. Dus ook in den schouw- burg. Ik zelf ben dol op een grooten hoed, bekent zij eerlijk. Eens bij een première, werd mevrouw Camille Duguet zachtjes op den schouder getikt en een zachte, lieve, innemende stem vleide: ,0ch, zou u ook ergens anders willen gaan zitten, want uw hoed belet mij te zien.” Camille Duguet keek of er een andere plaats voor haar was. Alle fauteuils waren bezet. Ik heb toen, vertelt zij, goedig en schoot gelegd, maar dat deed ik alleen omdat ik dien avond bizonder mooi gekapt was. Mevrouw de Broutellés, medewerkster aan La Mode pratique” zegt: Hoe een theater- hoed moet zijn? Zéér zeker geen scherm dat aan anderen het uitzicht beneemt. Groote hoeden zullen altijd veel en gaarne gedragen worden,...achl er zijn zooveel vrouwen-gezichten die dringend behoefte hebben aan den flatteerenden slag-schaduw van breedgerande hoeden, 4 Dat onnoozele hoedje, dat miemendalletje ;le béguin” jawell héél geschikt voor het theater, mais pas Parisien pour un soul Alleen Sarah Bernhardt heb ik eens in Gismonda zien spelen, met een snoeperig hoedje, maar, feitelijk was dat hoedje niet veel meer dan een sierlijke touife bloemetjes. En, voegt Mevrouw de Broutelles er aan toe, bij een voorstelling van Hedda Gabler heb ik de dames Le Bargy en Sorel in de zaal gezien, De dames droegen toen zeer kleine toques met wapperende aigrettes, dat stond bééldig. Dat is ook niet gewenscht, want als er in de zaal zoo iets moois te zien is dan wordt de aandacht een beetje van het tooneel afgeleid. ‘ re Mevrouw de Mirecourt, die onder haar schuilnaam: ,Swell”, guitige en mondaine artikelen schrijft in de , Echo de Paris” draagt zelf monumentale hoeden en komt er rond voor uit dat groote hoeden veel meer flat- teeren dan kleine. Om kleine hoeden te kunnen dragen moet men een onberispelijk teint hebben. De minste vrouwen, en dan : nog maar wanneer ze piepjong zijn, bezitten dit voorrecht. ,Swell” vraagt waarom men niet in alle schouwburgen zou toepassen wat zij dezen zgomer in Aix-les-Bains waarnam. De eene helft van de komedie was bestemd voor dames mét hoeden en de andere helft voor dames z6nder hoeden. En wil men min meening weten ? Een maatregel die een sterke hoeden-daling zou doen ontstaan, ware de volgende: In de vestibules der theaters een aanplakbiljet en daarop in kloeke, duidelijke letters: Dames boven de vertig jaar kunnen naar verkiezing tijdens de voorstelling haar hoeden ophouden. * + 7 * De Fransche tooneelspeelster Réjane, ge- scheiden echtgenoote van den heer Porel, directeur van het Vaudeville theater te Paris, wil voor haar kunstzuster Sarah Bernhardt niet onderdoen. Réjane heeft haar eigen theater en zal dit feestelijk inwijden met een prachtvoorstelling van Madame Sans Gène. De slimme actrice weet wel dat ziÿj het publiek met dit stuk lokt, want zij is een uitmuntende Madame Sans Gène. Toch deelt madame Réjane mee, dat zij niet van planis, in haar eigen theater z00 héél druk op te treden, of slechts hoofdrollen te vervullen. Voor de onbeduidendste rolletjes zal zij zich- zelf beschikbaar stellen. O6k weer buiten- gewoon slim, Zij kan dan eens aan het publiek toonen wat een artiste van een nietig rolletje weet te maken. Réjane wil haar publiek ook nog een beetje houden n4 de tooneelvoor- stellingen. Ziÿj heeft aan haar theater verbon- den een smaakvol en keurig restaurant, waar de schouwburgbezoekers onder het genot van goede muziek gezellig kunnen soupeeren, Een uitnemende gelegenheid voor artis- ten, journalisten, Maecenaten, om tijdens het snabroodje” van gedachtén te wisselen, en, — du choc des opinions jaillit la vérité. Carrie. *x CNE Hazen-pastei. Beproefd, deugdeliÿk recept. Het vleesch van een haas, ontdaan van botjes, vellen en pezen, wordt met % kilo kalfs- vleesch en %# kilo varkensvleesch zeer fijn gemalen. De vermengde vleeschmassa kruidt men door toevoeging van zout, peper, ge- stampte kruidnagelen, een fijn gehakt uitje en een paar schÿfjes citroen. Op den bodem van een ijzeren pan legt men 200 gram spek aan repen gesneden. De vleeschmassa spreidt men er op uit en laat het geheel boven op de kookkachel twee uur zacht braden. Afen toe met houten lepel flink doorroeren, ten einde het gesmolte spek door de pastei te vermengen. De hazenpastei in pâté pot of potjes doen. Bovenkant met een laagje vet. dekken en bestaat voor haar nergens. Mr. Canes ant- ,»Goed voorgaan, doet goed volgen” zegt | beweging is — zooals b.v. de intocht in | wel mijn grooten hoed afgezet en op mijn | soliede sluiting aanbrengen. UIT DE NATUU R celkern ; de eicel heeft om. of naast de kern | klein en de andere groot. Onmiddelliÿk | wikkelen, zonder hulp van buiten. Er iseen | figuurtjes de op een volgende toestan- daarop, zonder dat althans weer een rust- | beletsel ontstaan dat alleen door een hulp- | den, van ?’t binnendringen van de sperma- Bevruchting, III. F Even moet ik herinneren aan wat ik op ?t laatst van min vorig opstel gezegd heb. Er zijn er onder de cellen, waaruit de lichamen van de hooger georganiseerde wezens bestaan, enkele, die de bijzondere taak te vervullen hebben voor nakomelingen te zorgen. Zulke cellen, hetziÿ dan ei- of sperma- cellen, onderstheiden zich van de andere in ?t eerst nog weinig. Hun kern is gewoonlik grooter. Ze hebben nog ’t zelfde aantal kern- draden, of centrosomen, net als de overige cellen, de lichaamscellen, van ’t individu * waartoe zij behooren. Spermatozoën van verschillende dieren. Ook die tweeerlei geslachtscellen onder- scheiden zich in + begin van hunontwikkeling niet of nauwelijks van elkaar; eerst later komt het verschil; en als ze hun slotvorm hebben aangenomen, lijken ze in ’t geheel niet meer op elkaar, Het ei is een lang- werpig of veelzijdig voorwerp, een bolletje of van den bekende eivorm. De spermacel is een lange beweeglijke draad met een knop, soms met allerlei aanhangsels, een enkelen keer van een boorspits met weerhaken voorzien, zooals bij salamanders. ÆEr bestaan ook bij dieren zaadcellen zonder beweegdraad ; z00 is bij de-bloeiende planten de spermato- zoïide draadloos, terwijl o.a. bij de varens wéer spermatozoiden met beweegdraden voorkomen. En bhoe verschillen ze inwendig! Een spermacel is een cel waarvan de knop, als die er is, bijna geheel is ingenomen door de aan den gang; meestal nog een provisie-kamer liggen, waaruit ze voedsel haalt, Trouwens reeds lang voordat de geslachtscellen, vooral de eene soort, de eicellen, hun volkomen gedaante hebben verkregen, zijn ze aan ’t voedselvergaren en opzamelen geweest. Massa’s andere lichaams- cellen worden in sommige gevallen daartoe letterlijk opgegeten door de toekomstige eieren. Hoe wonderlijk mooi ook de ontwikkeling is van de sexueele cellen tot ze volmaakte ei- en spermacellen zijn geworden en hoe belangwekkend die is om te lezen en in beeld gebracht te zien, ik durf er niet aan be- ginnen; omdat anders dit opstel een heele serie zou worden en door de lange tusschen- poozen moet dat menigeen gaan vervelen, dunkt mi. Ik zal aan ‘t eind de licht ver- teerbare litteratuur er van opgeven, dan kan ieder, die er belang in stelt, het zelf nagaan. Bi enkele dieren is waargenomen dat al dadelïÿk, nadat de kiem begon te ontwikkelen, de cellen werden gevormd, die later ei of spermatozoôn zouden worden, Ze hebben dan nog ’t zelfde aantal kerndraden als de gewone cellen; en daar, zooals ieder nu wel weet, bij de bevruchting de kern van ei- en spermacel zich tot één kern vereenigen, zou de kerncel, die daardoor ontstaat, het duüb- bele aantal chromosomen moeten bezitten, Maar dan zou bij elke bevruchting het aantal kerndraden weer verdubbeld moeten worden. Dat gaat niet op, en er is dan 00k voor gezorgd, dat het aantal kerndraden stand- vastig blift. Daartoe ondergaat elke sexueele cel een verandering, rijping genoemd, voor ze aan het bevruchtingsproces mag deelnemen. Nu bestaat de rijping in een aantal op- eenvolgende merkwaardige veranderingen, waarvan de eerste veel liken op de cel- deeling in *t vorige opstel beschreven. Daarvan evenwel verschillend, doordat er even een geheele versmelting vañ de chromosomen plaats grijpt, die van veel belang is. Tlet laatste deel van ’#t proces is een splitsing met een ander verloop. Zooals ’t tweede figuurtje aanduidt is er weer een splitsing nu evénwel niet altid in ‘+ midden van de cel, maar vaak in de eëéne bhelft. Daarbij treedt de centro- soom of * attractiestipje naar buiten; de vier halve kerndraden volgen, en er ontstaan wel twee cellen als gewoonlijk, maar de eene is periode intreedt (zooals in ’t vorige opstel ge- toond is) deelen zich de beïde ei-cellen op nieuw in tweeën en daar de kerndraden hierbij zich niet splitsten, dus heele chromosomen overgaan, bevat elke van de vier nu ge- vormde eicellen slechts de helft van ’tver- eischte aantal chromosomen. De drie aldus gevormde eicellen kleine gaan te niet — ze zijn rudimentair of abortief zooals # heet. Alleen de groote eïcel blift, die heeft nu bijna de volle hoeveelheid celstof behouden. Nu eerst is de volkomen eicel rijp voor ontvangst van een spermacel. Ze is in staat een nakomeling te vormen, waartoe — bij de ‘hoogere dieren althans — geen enkele andere cel van ’t lichaam in staat is; maar ze heeft daarentegen de macht ferloren zich te ont- E) &) middsl kan weggenomen worden. En dat middel is de vereeniging met een andere geslachtscel, een spermatozoün; die cel is op zich zelf ook onmachtig geworden tot ver- menigvuldiging, na ontstaan te zijn uit een proces dat met de ei-rijping nagenoeg over- eenkomt. Wel is ’& enkele malen gelukt, ook door andere middelen dan de vereeniging met een spermakern (n.m. door chemische middelen) de rijpe eicel aan ’t deelen te brengen, maar in de natuur zal heel waarschijnlik de ver- eeniging met de spermakern de vaste regel gäjn, zij t dan met uitzonderingen. Hoe deze vereeniging toegaat heb ik u verleden jaar al geschetst in een opstelover dubbele bevruchting bij een plant. Hier volgen nog eens in een reeks schematische Ripen van ’t ei. j a. Het ei gaat zich deelen (spoelfiguur) maar niet in ’t midden van de cel. De 4 chromosomen splitsen zich alle in tweeën; na eerst alle met elkaar tot één draad versmolten geweest te zijn. en een kleine eicel gevormd elk met 4 kerndraden. b. Er is een groote c. De groote deelt zich zonder rustperiode opnieuw ; de 4 kerndraden richten zich. d. Er vormt zich weer een kleine cel uit de groote eicel. Ook de eerste ,uitgestooten” cel heeft zich gesplitst, daarin over. e. Twee chromosomen gaan zoodat er 4 cellen zijn ontstaan elk met 2 kerndraden; drie kleine, die, te niet gaan, en éen groote, nu de eicel of het eigenlijke ei. a—j Van het indringen van het zaaddiertje in het rijpe ei tot de ! eerste deeling van de kiemcel, het ontstaan van de vrucht, * embryo. t Verklaring in den tekst bij de andere overeenkomstige figuurtjes.\ ons bewezen.” Zoo begint Dr. Teichman in kern tot aan de eerstvolgende splitsing van de kiemcel; dat wil dus zeggen tot aan den eersten aanleg en ’t levensbegin van ’t nieuwe individu. Die eerste twee deelcellen uit de ééne bevruchte kiemcel ontstaan, is het begin van de embryo. De embryonale ontwikke- ling, is weer een veel omvattende aparte studie en wetenschap, minstens even belang- wekkend en belangrijk voor den mensch als de studie van het leven van de cel op zichzelf. Het is een bekoorliÿk schouwspel als ei en saadcel zich gaan vereenigen; en dat er organismen bestaan, die ons veroorloven met onze oogen te aanschouyren, wat meestal in * verborgen geschiedt, is een groote gunst ,Die Befruchtung” zijn beschrijvi proces, In hoofdzaa planten uit de zee, bj zcoëgels en zeesterren is h bevruchtingsproces gevolgd, van minuut tot minuut om 700 te zeggen. Bi de zeeëgels zijn de eieren wel heel klein, maar tegelijker- tijd zeer doorzichtig, daar ze zeer weinig dooier bevatten. Als een zwerm spermatozoën, die door afscheïdingsproducten van ’teikunnen worden aangelokt, door ’t water heen op ’t ei toe- wrikken, stulpt zich het ei wat uit, het rekt zich, als t ware, de naderende zaadcellen tege- moet, vangt er één van op en omsluit hem, doch ook maar één. De tweede zou noodlottig worden voor ’t leven van de eicel. Zoodra er één, de snelste, binnen is, wordt de toegang afgesloten, het ei omgeeft zich onmiddelliÿk met een voor de zaadcellen ondoordringbaar | hulsel. Ook de draad of staart, van die er indringt, wordt meestal nog buitengesloten, zoo snel gaat de poort dicht. Waë er nu verder gebeurt, wijzen de eenvoudig gehouden figuurtjes voldoende aan. Waarop, voor wie ‘t nog niet wist, te letten valt, om ook ’t volgend opstel gemak- kelijk te kunnen volgen, is dit: Elke van de beide sexueele cellen, die nu samen één cel met een dubbelkern worden, hadden slechts het halve aantal draden; nu na de vereeni- ging ist stel weer compleet, en de kern | bevat zoowel van vaders als van moeders kant een gelÿk aantal elementen, die eigen- schappen vertegenwoordigen. van dit E. HrimANs. ?
Last OCR Last OCR 2023-07-05 16:49:13
Original filename EHC_B22356_ex1_1_2015_0003.tif
Filesize 91.46 MB
Height 6760px
Width 4729px
MIME-type image/tiff
Creation date in Dams 2017-02-06 11:28:37
Last modification 2023-07-05 16:49:02
Info This media file falls into the public domain. This work has been identified as being free of known restrictions under copyright law, including all related and neighboring rights. You can copy, modify, distribute and perform the work, even for commercial purposes, all without asking permission.
The metadata is licensed with a creative commons zero license. You can copy, modify, distribute and perform the work, even for commercial purposes, all without asking permission.
If you use this media file and / or the metadata, we would appreciate it if you copied the information from the Acknowledgements field as a source reference. When used in a publication, we would like to receive a copy for our library.
Acknowledgements B 22356:1ste ex, Collectie Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience
Source listing Frederik Muller & Cie, Bibliothèque chev. Gust. van Havre d'Anvers ... incunables des Pays-Bas; gravures sur bois; livres illustrés; costumes; sport; beaux-arts; calligraphie; ex-libris; généalogie; livres populaires; gazettes; almanachs; littérature; histoire; botanique; Anvers; grandes séries, etc.: la vente aura lieu 11-15 décembre 1905 dans la nouvelle salle de vente, Doelenstraat 16/18, B 22356:1ste ex, Collectie Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience
One moment please...