| Full text |
20
komt niet naar Brugge in de aanstaande Bamismarkt! In
October 1495 is Jan van Munster als gevolmachtigde van
Keulen te Antwerpen, om van hier uit het Burgondische
hof te bewerken in zake het wijnaccijns te Brugge. Hij ’s
gelogeerd in « De Gans » binnen de Burcht, en is daar
plots overleden einde October. Op 31 October werd hij in
het Observantenklooster begraven. Aldus bericht het
Jacob Dole, waard in « De Gans » en ettelijke Duitsche
kooplieden aan Keulen...
De kwestie van het wijnaccijns, en anderzijds de ont¬
wikkeling van den handel te Antwerpen, doen den
« Brugschen koopman » in de eerstvolgende jaren wel eens
weifelen; in Juni 1496, te Antwerpen vertoevend, meldt
hij aan Lubeck dat hij even zoo graag te Antwerpen blij-
ven zou van de eene markt tot de andere, want te Brugge
is er intusschen toch niets te doen (16 Juni). Maar nu
komen er te Antwerpen ook nieuwe tolmoeilijkheden, ver-
wekt door de rekenkamer van Brabant. Op 9 Februari
1497 raadt hij Lubeck aan, weerwraak te nemen op de
Burgondische onderzaten van Brabant en Holland, en hi
besluit: « Aldus, waarde heeren, wordt de kolopman hier
te lande zoo geplaagd contrarie zijn privilegië; of het niet
best ware Brugge te ruimen, is het onderzoek waard ».
Het tweede Engelsch-Hanseatisch Congres (1497)
Nu was er sedert geruimen tijd tusschen Engeland en
de Hanse spraak van de herneming der onderhandelingen
die men in 1491 gevoerd had. Weder werd Antwerpen als
de geschiktste plaats aangeduid. Eerst werd het op 1 Juni
1494 gesteld, maar de koning liet weten dat de Engelschen
te dien tijde te Antwerpen minder welkom waren, — en
zoo kwam er nu dit en dan dat in den weg. Ten slotte
geraakte men accoord om op de Sinksenmarkt van 1497 te
Antwerpen te vergaderen. Het onderwerp, door den ko¬
ning zelf aangeduid luidde: « de tekortkomingen die de
Hanse-kooplieden beweerden geleden te hebben sedert de
dagvalart van 1491 ». Op 24 Juni kwamen hier Middle-
ton, Rothwall en Trubbelfield, de Engelsche afgevaardig
den toe. De Duitschers verwachtten hen. Heer Albert
Kranz van Lubeck zou hun woordvoerder zijn. De bespre-
kingen zouden gehouden worden in het Engelsch Huis
(Oude Beurs). Maar toen elkaars geloofs- en machti¬
|