| Full text |
42
stand, en van het vraagstuk der kantoorverlegging. Lubeck
is voor behoud van het kantoor te Brugge, maar verklaart
dat het alleen het kantoor niet kan recht houden. Keulen
wil ook liefst den koopman te Brugge houden, bijzonder
wegens den wijnhandel. Daarentegen houdt Bremen Ant-
werpen voor de geschikte plaats. Naast de Saksische steden
betoont zich ook Danzig alls vijand van Brugge. Stralsund,
Wismar en Luneborg zijn voor Antwerpen. Zeer beslist
zijn Kampen en Deventer voor de verlegging. Daar men
zich echter niet verdeelen wil, is men accoord dat malat¬
regelen moeten worden getroffen voor een verandering
daarom overweegt men weder het ontwerp van privilegie-
statuut dat in 1516 met Antwerpen opgemaakt werd.
Men overweegt daarbij de bezwaren van den koopman te
Brugge. Lubeck doet ook gelden dat de verlegging een zeer
groote zaak is en dat men er slechts kan toe besluiten op
een grooter vergadering. Men ware er in 1518 toe geko¬
men, indien Antwerpen zich inschikkelijker hadde ge
toond. Nu doet men nogmaals beroep op de heeren van
Keulen om te Antwerpen als middelaars op te treden. Ze
moeten vernemen oonder welke bedingingen men in Ant¬
werpen opneming vinden kan. En daar men ook met de
Engelschen onderhandelt, doet men den koopman te Lon-
den polsen, of de Engellschen niet geneigd zouden zijn de
verhandelingen te Antwerpen te voeren in plaats van te
Brugge. Maar het wondt verstaan dat zoolang men geen
accoord met Antwerpen heeft bereikt de Brugsche kan-
toororde moet onderhouden blijven. Ten slotte komt men
overeen naar Antwerpen te schrijven.
De Engelschen zijn evenwel naar Brugge gekomen. Met
hen loopen de onderhandelingen van September-November
1521. Thomas More was een der onderhandelaars. Onder
de klachten der Engelschen is er eene die onze Antwerp
sche economische geschiedenis raakt en hier terloops mag
worden opgeteekend:
« 19. Item Gover Slotkin van Keulen, heeft koopwaren als zijn
eigendom ter waarde van 6.000 lb. in Engeland gebracht, welke
waren de Hanse van Londen aangaf als onder Hanse-privilegie,
terwijl die goederen toch niet van Gover waren maar van zekeren
Jeronimus Frescobaldi, Florentijnsch koopman te Antwerpen. En
zoo heeft dezelve Gover ook laken uitgevoerd ter waarde van
4.000 lb. eveneens als het zijne en geprivilegieerd, terwijl het laken
van denzelve Frescobaldi was, waarbij aldus de koning in zijn
rechten bedrogen werd voor 30 lb. »
|