| Full text |
53
De Antwerpsche politiek.
We vernemen ook, door den koopman van Brugge, hoe
het in deze dagen te Antwerpen met den Oosterschen
koopman gestaan is. Na het vonnis, einde December 1524
bekomen door Pieter Goetheins en genooten, heeft de
koopman onderhandeld om een tijdelijke veiligheid. Op
22 Mei 1525 heeft de Wet van Antwerpen den koopman
voor zich geroepen om hem mede te deelen dat zijn 6 laat
ste weken ingingen, en geen bidden of smeeken had ver-
lenging kunnen bekomen: de goederen van die van Lubeck
en Hamburg waren aan te slaan tot een bedrag van 700
pond grooten VI., en de Wendische steden gezamenlijk
ston den voor de vergoeding der genomen schepen, met toe¬
slag van 10 procent voor interest en kosten!
Maar Antwerpen wil anderzijds niet in de partij van
koning Christiaan treden: men houdt de vaste lijn dat men
zich tegenover de Wendische steden niets te verwijten
heeft. Christiaan's kapitein, Claes Kniephof wordt op 1
October 1525 door de Wet te Antwerpen als zeeroover
uitgeroepen, en het is verboden op lijfstraf hem proviand
of scheepsvolk toe te voeren. En de landvoogdes ddie
deze straffen heeft uitgeschreven heeft nu ook, op het
laatste oogenblik de uitvoering van het vonnis door Pieter
Goetheins gewonnen, weder voor vier malanden uitgesteld,
daar men naar den keizer erover geschreven heeft.
Het einde van Roode Claes (1525).
En er wordt gevochten op zee. Op 16 October 1525
schrijft Michelsen uit Lier aan koning Christiaan de kwade
tijding dat op 8 October zes Hamburgsche krijgsschepen,
vier karaveelen en twee boeiers, op de hoogte van Mon
nikendam, Roode Claes di. Claes Kniephof hebben over-
vallen en verslagen. Naast vele gesneuvelden waren er 74
gevangenen, waaronder Kniephof zelf. De Hamburgers
hebben ze allen ter dood gebracht. Michelsen beijvert zich
te Antwerpen om de zaak van zijn meester hoog te hou-
den. Maar ook gezanten van Frederik van Holstein en de
secretaris van Lubeck verschijnen er (17 Maart) om zoo
mogelijk met de Staten van Brabant in verstandhouding te
komen; althans zoo vermoedt het Michelsen.
|