| Full text |
34
van de stad Antwerpen zou strekken, een argument dat
men in de besprekingen kon doen gelden.
Op 17 Juni hernemen de debatten: de Antwerpenaars
blijven bij hun eisch om vergoeding, maar stellen voor, dit
geld te bekomen door een taks op de Wendische goederen.
De afgevaardigden, na overleg met den Brugschen koop-
man, slaan dit beslist af: de koopman had hun gezegd dat
de Antwerpenaars aan krijgscontrabbande gedaan hadden,
en dat de stad zelf een krijgsschip voor de Nederlandsche
vloot had uitgerust. De burgemeester van Lubeck doet dit
gelden voor den Antwerpschen magistraat: de keizer had
bij mandaat alle contrabande verboden; de stad had de
schippers daaromtrent zelfs gewaarschuwd; de stad moge
nu de beschadigden tot kalmte brengen; daarna kon men
de siamen gewenschte eendracht inluiden.
Meester Jacob de Vocht antwoordde dat, kon men
wapenvervoer aanwijzen, de Wet de zaak der beschadig-
den oop zich nam; en in zake het krijgsschip, nooit had
Antwerpen zijn schip in de Hollandsche vloot gebracht,
al hadden de Hollanders het gevraagd; Jacob was zelf
met de onderhandelingen desaangaande gelast gewweest.
Maar Lubeck sloot het af met: onnoodig over schhade¬
vergoeding te handelen; daartoe hebben we geen machti¬
ging
De beschadigden verklaarden dan dat ze den eed wil-
den afleggen op hun verklaringen, en dat ze de Ooster-
lingen nu voor het gerecht zouden vervolgen. De stad
proclameerde dat ze geen andere middelen van herstel
mochten nastreven dan de wettelijke middelen, op eeuwige
verbanning uit de stad.
En nu stelt meester Jacob voor, de residentie van
Brugge naar Antwerpen over te brengen. De lafgevaardig
den overleggen met den koopman in de herberg waar de
Lubeckers zijn afgestapt. Meester Johan Cloth, voor
Hamburg, verklaart er dat hij volmacht heeft om de ver-
legging van heit kantoor naar Antwerpen te stemmen.
Dirk Basedow erkent dat het lastig is het kahtoor te
Brugge te houden, maar uit zich toch tegen de verleg
ging; de Brabanders en bijzonderlijk de Wet van Ant-
werpen zijn lichtzinnige lieden, die hunne beloften niet
houden zullen. Wil men toch naar Antwerpen, dan moet
men de accoorden doen bezegelen door den landsheer en
door de Staten van Brabant. Vooral dringt Basedow er
|