| Full text |
48
burg zonder andere beslissing dan van opnieuw te verga¬
deren in Juni te Lubeck zelf.
Ditmaall zijn buiten de afgevaardigden die we reeds ver-
noemden, ook nog de gezant des Pausen en, voor den kei¬
zer, de rijkssecretaris Johan Hannart aanwezig. Antwerpen
is er met Jacob de Vocht. En Lubeck herhaalt wat te Ham-
burg was gezegd: alleen Frederik is als koning mogelijk;
en voor die Nederlanden dient herinnerd datt zoolang ze
met Christialan staan, er geen vrije vaart is.
Ten slotte gaat het om een pensioen voor koningin Isa¬
bella, de vrouw van Christiaan, en rechten voor haar zoon.
Maar dat moet in Kopenhagen worden behandeld waar
men tevens over de scheepvaart door de Sund handelen
kan. De vertegenwoordigers des keizers samen met de
pensionarissen van Antwerpen (de Vocht) en Amsterdam
trekken naar Kopenhagen. Die van Lubeck zijn er natuur-
lijk ook. Onze keizerlijken worden op 9 Juli 1524 door
« koning » Frederik van Holstein ontvangen. Het gaat er
over de scheepvaart door de Sund en in de Oostzee; die van
Lubeck zijn erbij om te dezer gelegenheid voorwaarden te
stellen: de hangende vraagstukken te Antwerpen zal men
te Mechelen in hun voordeel oplossen! Bovendien willen ze
nog het getal schepen dat varen zou vastgesteld zien, en
natuurlijk moet alle ondersteuning van Christiaan worden
uitgesloten. Maar de secretaris Storm van Danzig neemt
nu de zaak voorr de Nederlanden beslist op, en eischt vrije
scheepvaart. Daarop hebben de afgevaardigden van Lubeck
en Hamburg aan Storm en zijn stad Danzig verweten dat
de Danzigers groote schuld droegen alan den ondergang
van het kantoor te Brugge, en de Antwerpenaars « den
nek stijfden ».
Storm liet het echter niet gezegd zijn, en weerde zich:
dat de diepgang der Danziger schepen niet toeliet het
Zwin nog aan te doen, dat hun zware goederen, pek en
teer en andere, de onkosten van vervoer naar den stapel
niet dragen konden; maar hij kreeg wederantwoord, en het
werd een gekibbel dat we hier niet verder weergewven mo-
gen. Op 25 Juli, na nog heel wat schermutselingen, wer-
den de afgevaardigden andermaal op het slot des konings
ontboden, waar de kanselier Detlev Reventlow meedeelde
dat men met de pensionarissen van Antwerpen en Am¬
sterdam wou overleggen omtrent de vrije vaart, indien in
hunne landen, en daar bij gevoegd Vlaanderen en Zee-
|