| Full text |
Mertens en Torfs, Geschiedenis van Antwerpen, IV, blz.
170. Pirenne, in zijn Geschiedenis van België, III, zoowel
waar hij het verval van Brugge bespreekt als waar hij
handelt over de opkomst van Antwerpen gaat voorzichtig
de Hanse en de Oosterlingen voorbij, bij gebrek aan een
ingaande monographie die het vraagstuk zou hebben
opgeklaard. En de redenaars van de Hansefeestdagen heb-
ben het onderwerp ook niet nader toegelicht. Het hadde
een afdoen van zoo wat door den tijd geconsacreerde
glorie beteekend, misschien, en nieuwe waarheid is niet
altijd onmiddellijk welkom.
Maar zooals we boven zegden, er was wel iemand die
de historische waarheid had achterhaald, zonder evenwel
bewust te zijn van de heerschende tegenspraak. Het is
J. J. Altmeyer, hoogleeraar te Brussel, geweest. In 1840
publiceerde professor Altmeyer: Histoire des relations
commerciales et diplomatiques des Pays-Bas avec le Nord
de l’Europe. Mertens en Torfs hebben het benuttigd maar
op onvoldoende wijze. Nog meer aansluitend bij ons
onderwerp was de volgende studie van J. J. Altmeyer:
Des causes de la décadence, du comptoir hanséatique de
Bruges et de sa translation à Anvers au XVIwe siècle.
Deze studie verscheen in de Trésor National, tome IV.
1843. Altmeyer heeft op het Hanse-archief te Bremen
en te Lubeck gewerkt, maar heeft alles bijlange niet kun-
nen doorwerken; ook voert hij, spijtig genoeg, zijn studie
niet door tot bij de vestiging van het Hanse-kantoor te
Antwerpen. Wat hij echter mededeelt is van groote betee-
kenis, is waardevol. Vermelden we van hem ook nog,
alhoewel minder belangrijk voor de periode die we hier
behandelen willen: Histoire du comptoir hanséatique
d’Anvers (1848).
Deze studiën van Altmeyer zijn, — als studién,
nog altijd niet buiten dienst. Maar ze zijn beslist te her¬
zien, te verbeteren en te vermeerderen vooral, met de
ontzaglijke hulp die sindsdien is geboden geworden door
het uitgeven van de stukken die Altmeyer benuttigde, met
nog duizend andere meer, die hij niet benuttigen kon. We
bedoelen namelijk de meesterlijke uitgave der Hanse-
recesse. Van deze Hanse-recesse interesseeren onze pe¬
riode 1468-1530, — de uitgave reikt slechts tot 1530,
de boekdeelen VI en VII van de Zweite Abtheilung en de
negen zware boekdeelen van de Dritte Abtheilung. Het
|