| Full text |
van Alexander Blok, De Twaalf ; G. Auric
schrijft Een woord over hedendaagsche
Fransche Muziek, waaronder hij pok
de muziek van de Vlaming Mesens be- ,
grijpt. Belangrijk is in De Beiaard
vooral een opstel van Dr. Gérard Brom
over Herman Bahr. In Den Gulden
Winckel van 15 Mei overziet Gres-
hoff de Fransche tijdschriften. Roel Hou-
wink zegt veel goeds over de jonge
romancier Hondius. Dan krijgen we ten
slotte eindelik weer eens een nr. van
’t Fonteintje (Augustusnr.), met
poëtiese straaltjes van Reimond Herre-
man {Toekomst), Maurice Roelants {Op-
drachten), Urbain van de Voorde ( Verzen)
en Joris Vriamont {Sabbat).
De Mercure de France van
15 Mei brengt een artikel van Thérèse
Lavauden over het Indiese nationalisme
en een van Albert Maybon over Poètes
japonais. In Le Monde Nouveau
van 1 Mei schrijft A. Baillot over L’Evo-
lotion du roman contemporain, in het nr.
van Mei bespreekt Jean Héritier L'Œuvre
d'Elémir Bourges en het nr. van 1 Junie
is gewijd aan de toekomst van de Franse,
kolonies. Europe, 15 Mei, bevat een
studie van Paul Colin over Sternheim
met de vertaling van diens mooie novelle
Napoléon, .verder een opstel van Elie
Faure : Rythme de l’Art, onder de kro-
nieken een van Manuel Azana over
Benavente, enz. In het Meinr. van La
Revue de Genève schrijft Grutz-
macher over Oswald Spengler, en Marcel
Provence geeft een belangrijk overzicht
over Le régionalisme français. Junie :
W. Martin, La misère de la musique
allemande, H. Paskan, Le mouvement
nationaliste en Bavière, enz. In La
Revue de l’Epoque een bijdrage
van Concha Hermosa over Les écrivains
de l’Amérique espagnole.
Wetenschappelijke Bla-
den bevatten o. a. (Mei) Het onderwijs
in het Latijn uit ethnographisch oogpunt
en (Junie) Frankrijks economische moei-
lijkheden. In het Tijdschriftvoor
Wijsbegeerte schrijft L. H. Gron-
dijs over De Laatste Profeet : vader
Hyacinthe Loyson. Het Junienr. van
De Levende Natuur is geheel
aan de Sint Pietersberg gewijd.
Ruth Saint-Dents en de Zweed Jean
Borlin nemen de ereplaats in in de
laatste nrs. van La Danse. Over
deze zelfde « grootste danser van deze
tijd » spreekt Le Théâtre van Mei,
in welk zelfde nr. onze landgenoot J. F.
Fonson de les gespeld wordt naar aanlei-
ding van zijn teParijsopgevoerdeenslecht
ontvangen komedie « Mademoiselle mon
fils » : « L’Auteur de Mademoiselle Beu-
lemans a trop de jovialité directe et de
santé morale pour manier l’équivoque.
A la rigueur, il pourrait nous conter en
termes de terroir quelqu’une de ces
histoires grasses, de ces gaillardises
débridées qui, dans son pays flamand,
autour des chopes, dans la fumée des
pipes, provoquent l’hilarité bruante des
beuveries. Ce serait sa manière, à ce
Belge, d’être gaulois. Mais quand il pré-
tend transformer, dans, un cadre de pari-
sianisme moderne, une galanterie du
XVIIIe siècle où l’abbé de cour lui-même
s’empêtre dans la soutane d’un sémina-
riste, il a — pour une fois, sais-tu? —
fait fausse route. Ce pseudo-Fragonard
évoque seulement les cartes transparantes
qu’achètent à la dérobée les collégiens
vicieux...» Klei (15 Mei) wijdt een
geïllustreerd hoofdartikel aan de herop-
bouw van Leuven en de betekenis, hierbij
van de baksteen, 1 en 15 Junie brengen
zeer mooie kerken van Kropholler. Uit
Elsevier noemen we : De kunst in
Sowjet-Rusland, door P. Alma (Mei) en
een opstel over de Vlaamse beeldhouwer
Geo Verbanck door Isidoor van Beugem.
In Muziekwarande van 1 Mei
klaagt Lambrecht Lambrechts {Neven-
kritiek) over de slechte tekstkeuze van
211 |