| Full text |
10 —
Waeghemaekere als stadsbouwmeesters werkzaam waren, blijft ons de
poort over en daarboven de kapel. Het werk behoort tot de laat-gothiek;
opvallend zijn de kolommen wederzijds de poort, alsmede de diep-inge-
drukte bogen van de vensters der absis. In de wapens boven de poort
herkent men die van keizerrijk, markgraafschap en hertogdom; hogerop
vindt men de brandstokken van Burgondië en het wapen van keizer Karel.
De kapel is georienteerd. Mogelijk had ook de oude bouw, die in 1521
verdween, te dezer zelfde plaats reeds een kapel.
Wie nu het Steen binnentreedt, dient zich rekenschap te geven dat
een gevangenis van vroeger een hechtenis-huis, geen boete-huis is. Er zijn
burgerlijke of poorters-kamers aan, en er is een „armensteen” al naar men
zijn kost kon betalen. Maar er was ook een stille plaats voor scherpe exa¬
minatie en blijkbaar ook ene voor terechtstelling. Opdat echter een beken
tenis in rechte kon tellen, moest ze gebeuren hierbuiten, onder „de blauwe
hemel” tegen de poort, en de bestraffing had nog elders plaats.
In een der benedenplaatsen van het Steen is een zerk bewaard uit de
eerste helft van de XIIIde eeuw, merkwaardig om zijn halfverheven
beeldhouwwerk, afkomstig uit de crypte der S. Michielsabdij, een uiterst
interessante getuige van de Romaanse kunst ten onzent.
Eer we het Steen verlaten, verdient het hofje daar beneden een
oogslag : daar hebt ge drie vroeggothische kolommen staan, afkomstig uit
Antwerpse kelders die werden gesloopt, — en er zijn in de stad nog meer
zulke kolommen te vinden —; ze zijn naar de XIIIde eeuw terug te
voeren; verder zijn er sierlijke laat-gothische kolommen van de Beurs
afkomstig (1527); zijwaarts naar de Scheldekant een interessante stads-
grenspaal of „hand”, die hier een treffende getuige is van de renaissance
in haar eerste verschijnen te Antwerpen. De oorspronkelijke obelisk is
door een verminkende prisme vervangen. De tweede „hand”, die er naast
staat, getuigt van een vermoeide kunst : het stuk dagtekent van de
XVIIIde eeuw.
2.— HET GOTHISCHE.
De kerkelijke gebouwen. — O.L.V.-kerk. (Afb. 1)
Zo men in 1280 de oude kerk van O.L.V. nog vergroot heeft naar de
Romaanse trant, wanneer men het oude gebouw door een nieuw vervangen
wilde, dan is ook een der redenen daartoe, dat een nieuwe aard voor een
kerk gebruikelijk is geworden, en de wereld veroverd heeft : men wil
licht, lucht, ruimte. Sedert men de Romaanse kerken aanzette, is het volk
in de kerk gedrongen, en het vraagt nieuwe ruimten voor kapellen en
altaren.
|