| Full text |
De nieuwe O.L.V.-kerk blijkt aangezet te zijn in 1352. De werken
werden echter geschorst van 1356 tot 1388. Men bouwde er nog aan in
1533, toen een zware brand de daken kwam teisteren. Ze geraakte eerst
tot hare volledigheid zoals zij zich thans voordoet, in 1619. Sindsdien heb-
ben grote restauratiewerken er weder heel wat aan veranderd, vooral aan
de portalen.
Het is het grootste godsdienstige gebouw van België. De kerk be-
slaat een oppervlakte van bijna 5500 vkm. De lengte is 117 m., de breedte
in de kruisbeuk 65 m., in de zijbeuken 52 m.
Het oudste en verre uit het sierlijkste buitengedeelte van deze kerk
is het koor. In de stijl van het tweede gothische tijdvak, krijgen we hier
een monumentale bouw waarvan vensters, freiten en steunberen een prach-
tig geheel maken, en van diepe godsdienstige inspiratie getuigen. Aan het
koor diende de meeste pracht besteed. Jammer genoeg hebben parasiet-
bouwen van latere eeuwen die pracht grotendeels verstopt. Slechts het
kleinste gedeelte steekt boven de huizen uit.
Jonger, waarschijnlijk van rond 1400, maar veel strenger van opvat-
ting, zoals het ten andere hier betaamde, is het onderdeel van de voorgevel
en van de toren, tot aan de tweede gaanderij.
Tussen koor en toren voorzag het oorspronkelijk plan vijf beuken, en
niet zeven zoals de kerk tenslotte gekregen heeft. Anderzijds was voor
het koor een dubbele omkransing voorzien, welke, al verbreedde men het
schip, niet werd uitgevoerd. Ongetwijfeld was het een der redenen waarom
men in 1530 een veel groter koor, waarvan ons de grondvesten nog buiten
de kerk bewaard zijn, aanzette.
Het koor moet van in den beginne der XVde eeuw volmaakt geweest
zijn en in gebruik. De Zuiderbeuk kwam bij gedeelten klaar in de jaren
1425-1472; de Noorderbeuk in 1475-1500. Toen bleven nog de kruisbeuk
en andere gedeelten in de buurt van de toren te sluiten en te welven, en
bleef ook de toren nog te voltrekken.
Van toen de toren op zijn tweede gaanderij was, werden de werken
stil gelegd (1480). De oorspronkelijke plannen, die een verdiep meer voor
zagen dan thans is uitgevoerd, en die ongetwijfeld het einddeel in dezelfde
strenge stijl tekenden als het lagere, werden onuitvoerbaar geoordeeld.
Eerst in het begin der XVIde eeuw werd de bouw hernomen.
De eerste bouwmeesters waren Appelmans, Jan Tack, Herman de
Waeghemaekere; maar lastig is het om zeggen wat ieder van hen heeft
verricht, zoals b..v. wie het koor bouwde. Integendeel mogen we met ze
kerheid de vlammend-gothische spil van de toren, boven de tweede gaan-
derij, aan Dom. De Waeghemaeker toekennen.
Besluiten we het historiek, met te vermelden dat de afkeer voor het
|