| Full text |
20
veel grotere moest worden vervangen, heeft ons enige architectonische
elementen nagelaten die te vinden zijn op de binnenplaats van het huis
nr. 13 der Hofstraat. Het zijn namelijk gedeelten van de gaanderij met
vooral haar kolommen en welfsels. In kapitelen en sluitstenen herkende
men de hand van de stadsbouwmeesters de Waeghemaekere...
De VAN STRALENTOREN is, in zijn lager gedeelte, het laatste
gothische burgerlijk werk dat voor Antwerpen te vermelden valt. Juist
daarom is dit werk hier aan te stippen. Het sluit een periode af, terwijl de
bovenverdieping van de toren de renaissancekunst vertegenwoordigt.
De toren behoort tot een privaathuis der St. Jacobsmarkt, is op de
publieke weg best te bekijken van uit de St. Annastraten (Korte en
Lange). (Afb. 5)
Opgebouwd voor de koopman Fernando de Bernuy in de jaren
1550-1560, met daarbij een uitkijktoren die toen de lust der grote heren
en vooral onzer vreemde kooplieden was, werd het goed in 1565 het
eigendom van burgemeester Antoon van Stralen, die het bovenste gedeelte
naar zijn renaissance-voorkeur deed herwerken.
Eer we hier het gothische afsluiten, dienen we te waarschuwen dat
geheel buiten de periode, in het begin der XVIIde eeuw, sommige binnen
de Stad komende kloosterlingen alhier bouwen naar het eeuwenoude plan
dat in hun orde gold. Zo deden de zusters Annunciaden uit Leuven die
hier in 1608 de gothische kerk — thans protestantse, — der Winkelstraat
opbouwden (Coeberger).
3. DE RENAISSANCE.
(1550-1615)
De gezochte, onrustig geworden laat-gothische kunst voerde naar een
beeldenstormige reactie. Tegenover de heersende gewoonheid die de tijd-
genoten saai vervelend begon aan te doen, werden de regels der klassieke
kunst opgehaald als de enige schoonheid. Het begint te Antwerpen met de
humanisten, om over te slaan op de bouwmeesters, op Floris en Coeck.
Deze kunst die we vroeg-renaissance of kortweg renaissance heten,
heeft weldra hare belangrijke evolutie : haar eenvoud wijkt voor een nieuwe
aard van weelderigheid.
De eenvoudige Renaissance, hier ingevoerd door Floris en Coeck ver-
dwijnt na drie kwart eeuws, of nog minder, met de beweging ingezet door
Rubens-terug-uit-Italië; zij gaat over in de Rubeniaanse barokkunst.
Wat heeft die renaissance hier opgericht en ons nagelaten ?
Het waren jaren van beeldstormerij en van „furiën”, van oorlog, van
beleg en wederom van oorlog. Op het eerste zicht schijnt men niet veel
|