| Full text |
DE OUDE GEBOUWEN VAN ANTWERPEN.
EEN ARCHEOLOGISCH OVERZICHT. (1)
door FLORIS PRIMS,
Ere-Archivaris der Stad Antwerpen,
Lid der Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten.
Het zijn de gebouwen die het meest het verleden van een volksge-
meenschap terug oproepen. Wil men Antwerpen in zijn wording en ont-
wikkeling begrijpen, dan is een methodisch geordend bezoek aan zijn
oude gebouwen daartoe een uitmuntend middel.
Nu heeft Antwerpen zich ontzaglijk uitgebreid in de loop van de
XIXde eeuw : de oude stad, waar we de gebouwen die we bezoeken willen
zullen te zoeken hebben, is slechts de kern van de huidige, het is het ge-
deelte dat tussen Schelde-oever en grote leien begrepen is.
Maar ook dit oude gedeelte is door de hernieuwende levenstocht der
moderne ontwikkeling aangegrepen geworden; gedurende geheel de XIXde
eeuw zijn af en toe straten moeten verbreed worden om de nieuwe stad
met de opgroeiende haven te verbinden; in de jaren 1882-1884 werd bij
het rechtmaken der kaaien het oudste kwartier van al omverre gehaald;
en de steeds stijgende grondwaarde die de hoogbouw ontwikkelde, heeft
alom over het verleden gewoed. Wat ons overblijft zijn vereenzaamde,
verspreide getuigen.
En het zijn getuigen uit geheel verschillende tijdperken.
Om dan die getuigen te begrijpen dient men zich rekenschap te geven
van de ontwikkelingsgang onzer stad : Driemaal is Antwerpen een jonge,
oplevende gemeenschap geweest, die dan telkens het oude heeft afgebro-
ken en vervangen naar nieuwe trant en nieuwe behoeften en proporties.
Tussen elk dezer drie perioden ligt er een periode van stilstand, van ver-
oudering, van seniele rust.
1) In de XIIIde eeuw heeft de landelijke villa Antwerpensis, met
haar curtes bij het forum, met haar hortus en campi, met haar vee en koe-
poort en binnenmuurse opstallen, zich omgezet in een oppidum met am-
bachtshuizen en lakenhalle en dichte bebouwing. Rond 1250 zijn reeds de
wallen te nauw; de S. Walburgiskerk wordt rond 1240, de O.L.V.-kerk
rond 1280 vergroot : Romaanse tijd, waarvan schier niets zou tot ons
komen.
2) Toen kwam de inzinking der XIVde eeuw, bij de ondergang van
de hertogelijke grootheid van Brabant. Het leven dat de Romaanse ge-
(1) Het weze ons toegelaten hier de aandacht te trekken op de „Wandelgids” van J. De
Coo : Ik ken Oud-Antwerpen (uitgave „De Sikkel”, 1945, 132 blz.
|