| Full text |
begrijpen, om de stad te begrijpen wier gebouwen men bezoekt, is ei
logische klassering nodig, en nu is dit voor Antwerpen des te gemakke
lijker te doen, daar alles bijeen ligt binnen een betrekkelijk klein centrum.
Wel zal het gebeuren dat we bij één gebouw verschillende perioden
zullen te vermelden hebben; we zullen dit telkens samenhouden, zodanig,
dat degene die onze nota’s benuttigt, alles omtrent één gebouw op één
plaats vinde.
Naar niet-architectonische kunstvoorwerpen in de bezochte gebouwen
verwijzen we slechts terloops : het is ons om de gebouwen als zodanig te
doen.
HET PRE-GOTHISCHE.
De Burcht. — Het Steen.
Wie Antwerpen wil begrijpen, beginne zijn bezoek met het Steen.
De zwarte muur met zijn hoektorens tegen de Schelde, met zijn wijde
poort en zijn beide poorttorens, en die eertijds voortliep over de straat
tot ginder langsheen het Vleeshuis, is de oudste bouw, verre uit, die ons
is overgebleven.
Het was ook geen gewone bouw. Let op de dikte en op het metsel-
werk dier muren. We dagtekenen dit werk van de Xde eeuw. Die muur
omsingelde oorspronkelijk een ruimte van omtrent vier hectaren. Hij
vormde met de verdere gebouwen daarbinnen, waarvan ons echter niets
is overgebleven, een keizerlijk castrum. Het was een dier zware verdedi-
gingswerken die het keizerrijk op zijn grensstromen bouwde in zijn mark-
graafschappen (te vergelijken met Cateau-Cambresis).
Bemerk hierbij dat de grond tegen de muur aan, zeer is opgehoogd
geworden. Tot rond het einde der XIVde eeuw kwam de tij te Antwer-
pen veel minder hoog dan daarna, wanneer het water de smalle ondiepe
kreke van de Honte tot een zeebodem had uitgediept. Daarom zijn ook
de O.L.V.-kerk en de S. Pauluskerk moeten opgehoogd worden...
En waar we hier staan, was er vroeger een „dilf” of burchtgracht,
waarover te dezer plaats een brug lag.
Maar het oude Steen werd herbouwd door Lodewijk van Male in de
tweede helft der XIVde eeuw. Het was ten dien tijde de sterkte die Ant
werpen moest in bedwang houden. Rond 1520 was het die bestemming
meer dan kwijt, en Keizer Karel deed het oude onnutte ding ombouwen
tot een huis van hechtenis. Eindelijk, in de XIXde eeuw, werd het voor
pakhuis gebruikt, tenslotte door de stad herkocht en gerestaureerd, om
voor museum te dienen.
Van de herbouwing van 1521, waarbij Keldermans en Dominicus De
|