| Full text |
bouwen in kerken, maneria en domistadia omtoverde, had de stad verlaten,
en wanneer hertog Anthonis van Burgondië hier nieuw leven brengt, bij
het begin der XVde eeuw, zal er een tweede Oud-Antwerpen, het eerste
oppidum, bij geslecht worden : nieuw schepenhuis, nieuwe lakenhalle,
nieuwe kerkbouw. En onze Westerwereld staat, bij dit ontwaken van Ant-
werpen, in de volle bloei van de gothische kunst, gaande stilaan naar de
hoog- of laat-gothiek.
De mannenjaren van het verjongde nieuw-ontwaakte Antwerpen val-
len nu juist in deze laatste kunstperiode, die namelijk van het einde der
XVde en het begin der XVIde eeuw : het is de tijd van onze toren en
van de S. Jacobskerk, en in de civiele bouwkunst, van het nieuwe Steen
en van het Vleeshuis. Indien weinige burgershuizen uit deze tijd zijn over
gebleven, dan is het omdat de laat-gothiek zich slecht aanpaste bij het
nieuwe leven, omdat in de XVIde eeuw, toen een nieuwe stijl verscheen,
tevens de financiële berekeningen tot het laatste hoekje binnen de enge
wallen, ja tot het laatste verdiep hebben uitgebuit. Er werd afgeslagen en
herop gebouwd, en wat men bouwde was doorgaans zonder blijvende
waarde, alleen berekend op spoedige winst.
In de laatste helft der XVIde eeuw ontwikkelt zich dan de Renaissan-
cekunst in Antwerpen en zij zal veel gothisch slopen, reeds het oude
stadhuis om te beginnen (1565). Wat ons van die tijden is gespaard ge-
bleven, voert het kenmerk van de Renaissance.
Die kunst duurde hier echter niet lang. Van in het begin der XVIIde
eeuw zet Rubens haar om in een eigen Vlaamse, Rubeniaanse Barokstijl,
aanpassend bij de weelde-uitstalling die de nieuwe tijd kenmerkte.
En na dat gloedvolle leven is, in de tweede helft der XVIIde en in de
XVIIIde eeuw, wederom een tijd van verval en veroudering gekomen. De
Fransen die ons bezoeken rond het jaar 1800 vinden hier weder een oud-
Antwerpen, een verouderd stadsbeeld, voor wier overblijfsels de romantieke
school van het midden der XIXde eeuw een ongewone verering zou over
hebben.
3) In de XIXde eeuw viel evenwel op dat lang bewaarde de moker
van een nieuwe, onstuimige levenskracht : een geheel nieuw stadsbeeld werd
er opgetoverd, met monumenten waarin alle bouwstijlen van de christelijke
tijdrekening zouden vertegenwoordigd zijn, en waarvan wij de werken
hier niet meer hebben in te studeren, daar ze geen historische toelichting
behoeven.
Naar deze ontwikkelingsgang van onze stad, wensen we nu onze oude
gebouwen te bezichtigen en historisch toe te lichten. Men zoeke dus geen
opvolging van gebouwen volgens een ontmoeten langs een aantal wan-
delwegen, zoals in de meeste „gidsen” het geval is. Om de gebouwen te
|