| Full text |
1761 verschijnt een eerste deel van zijn Zielespys ofte Christelycke Leeringe.
Bisschop van Gameren, in zijn herderlijke brief van 1764 prees het werk
ten zeerste, en een half jaar na het verschijnen van het derde en laatste
deel, was er geen volledig exemplaar meer voorradig in de boekhandel.
De schrijver zorgde dadelijk voor een tweede uitgave „merkelijk ver-
groot”, bestaande nu in 5 boekdelen, elk van een 500 blz. Het is een
compendium van geloof en zeden, en apologetica. Deze 5 delen versche-
nen in de jaren 1765-1768. Verheyen volgt stipter dan Claus de vragen
van de Mechelse catechismus, maar de antwoorden groeien soms uit
tot 16-18 bladzijden, en vormen weleens zelfstandige tractaatjes. Aldus
b.v. de verhandeling over de zes scheppingsdagen, waar hij wrevelig is
tegen S. Augustinus die twijfelde aan de zes maal 24 uren, en er de „verre
gezochte” uitleg op vond van een cognitio matutina en cognitio vespertina.
Philo, de geleerde Jood, durfde zeggen dat de „zes dagen” een „boere
oft ongeleerde eenvoudigheid, een rusticane simplicitas”, was. Maar
Pbilo Platinigat aut Plato Philonizat, en Verheyen houdt aan de oude middel-
eeuwse voorstelling : de aarde is geschapen ’s avonds te 6 uur, op 21 Maart,
zo niet op 21 September; deze laatste datum kan zich beroepen op de
vruchten van het paradijs. Hij geeft ons ook een aanpassing van het
Bijbelse „Hemel en aarde” bij de nieuwe astronomische kennissen van
zon, planeten en sterren. De „hemel” van de eerste scheppingsdag is
de derde of hoogste, hemel; de engelen en heiligen zijn in de derde bemel.
Vervolgens is er het bovenfirmament of tweede bemel voor „,de sterren des
hemels en dan is er de plaats tussen ons en de wolken, waar we „de
vogelen des hemels” in aantreffen. De bolvormigheid der aarde brengt
hem tot de antipodes of tegenvoetige mensen, en hij laat de kans niet
ontsnappen om Augustinus, die de antipodes loochende, wederom een
voetje te zetten. Niet dat hij deze heilige niet lucht; het is klaarblijkelijk
omdat de jansenisten zich op een onfaalbare Augustinus beriepen...
God heeft Adam geschapen in de ouderdom van omtrent 60 jaren,
„alszo men bevindt dat enigen van de patriarken voor de diluvie in die
ouderdom hebben begonnen kinderen te winnen”. Het paradijs is ver-
dwenen met de zondvloed. Men moet op Adam niet vergramd zijn : in
hem lag de kranke, vrije wil van geheel de mensheid, en het is te denken,
dat wij in zijn plaats hetzelfde zouden gedaan hebben.
Bij de les over de engelen — waarvan er enigen opstonden twee of
drie minuten nadat ze geschapen waren, — klaagt hij de esprits forts van
zijn tijd aan, atheisten die in hun hart de godheid loochenen, deisten
die God alle tussenkomst in het geschapene ontzeggen, materialisten die
menen dat de ziel met het lichaam te niet gaat „als eene sachte locht”
Wat aangaat de revelatiën die zouden geschied zijn aan enige heilige
vrouwspersonen, zoals Brigitta, Hildegardis e.a. betekent de goedkeuring
der kerk dat er niets strijdigs met de lering in is, maar niet dat ze van God
13
Meded. nr 5
|